Over pianospelen

'Iedereen' houdt van muziek.
En daarom kan eigenlijk 'iedereen' op pianoles, oud, jong, getalenteerd, niet getalenteerd.

De aanvangsleeftijd voor pianoles ligt voor kinderen meestal bij 7 jaar, maar ook een 5-jarig kind kan les krijgen. Volwassenen die het altijd al hadden willen leren, hoeven zich niet door de leeftijd te laten weerhouden. Want al ben je 65 plus, je kunt het nóg gaan leren.

Een belangrijk deel van pianospelen speelt zich af in de hersenen, van daar uit worden de vingers bestuurd. In de hersenen zit ook de fantasie en het voorstellingsvermogen. Met andere woorden, er is meer nodig dan snelle vingers.

Pianospelen is veelzijdig: het gaat over bewegen, ontspannen, luisteren, lezen, denken, fantaseren, je concentreren, het gaat over smaak en stijl.
Je leert je twee handen onafhankelijk van elkaar bewegen, wat ze niet gewend zijn. Je gebruikt alle vingers individueel, dat doen de vingers niet in het algemeen. Je moet luisteren terwijl je alle aandacht nodig hebt bij de vingers of het lezen, en dan moet je ook nog zorgen voor het juiste tempo en het juiste ritme.

Er is nog iets bijzonders aan de piano: er is zo veel mooie muziek voor geschreven. Het begint ongeveer bij Bach (die stierf in 1750) en dan gaat het naar de Klassieke Periode (o.a. Beethoven en Mozart, eind 18e eeuw). In de 19e eeuw komt de piano helemaal tot bloei als instrument en krijgen we de muziek van o.a. Schubert, Chopin, Schumann, Tsjaikovsky, Rachmaninov (Romantische Periode). En net als de beeldende kunst is er ook in de muziek het Impressionisme (o.a. Debussy, begin 20e eeuw), daarna komt de Moderne Periode (o.a. Schönberg, Strawinsky).

Jazz en Pop zijn inmiddels volkomen geaccepteerd in de wereld van de piano en vormen een onderdeel van het lesrepertoire. Bij Jazz en Pop word je meer bewust gemaakt van de akkoorden. Verder word je bij het spelen van jazz gestimuleerd om te improviseren. Deze muziek is een hulpmiddel om meer theoretische kennis op te doen.